Randverschijnselen
Gepubliceerd op ma 8 februari 2010
(Sentimento.nl) -
Bij een filmfestival verwacht je natuurlijk dat alles om film draait. Dat je de bioscoop in moet om iets van het festival mee te maken. Niets is minder waar: Rotterdam heeft een lange en rijke traditie van evenementen naast de reguliere vertoning in donkere zalen. Er waren bijvoorbeeld installaties van filmers en/of kunstenaars, filmpjes voor op de mobiele telefoon of juist op grote schermen op gebouwen in de stad, en vorig jaar was er in het kader van het thema Hungry Ghosts zelfs een heel Aziatisch spookhuis ingericht.
In vergelijking daarmee jaar komt het bijprogramma er echter maar karig vanaf. Er is een break-even store ingericht om de hoek van de Doelen, waar je videoloops kan bekijken en waar filmmakers hun materiaal aan kunnen bieden. Wanneer je er langs loopt zie je er echter bar weinig gebeuren, en als je er binnenloopt valt het op dat de collectie filmboeken nog het interessantste is.
Ook Taneda’s Coolsingel Kubus valt tegen. Deze tentoonstelling in een blauw gebouwtje op de hoek van de Kruiskade en de Coolsingel wordt aangekondigd als een overzicht van het werk van de production designer Taneda Yohei. Hij heeft onder andere meegewerkt aan Kill Bill van Quentin Tarantino. Ook hier zijn maar weinig bezoekers te vinden, en niet onterecht. Het overzicht bestaat voornamelijk uit een aantal foto's waarvande meeste op ansichtkaart formaat. Te klein om enig detail te kunnen onderscheiden. Verder ligt er één boek om in te bladeren, en worden via een beamer scènes uit films vertoond waar hij ongetwijfeld aan heeft meegewerkt, maar waarbij enige toelichting ontbreekt.
Het meest interessante van het nevenprogramma bevindt zich om een onverklaarbare reden buiten de loop van het festival; in het Boijmans van Beuningen. Daar kan je in een zaaltje het programma Splitscreen Art Cinema bewonderen. Hierin hebben verschillende kunstenaars een film van een minuut gemaakt, gebaseerd op bestaand materiaal, én in 4-voudig splitscreen. Waarom voor die vom gekozen is blijft een raadsel, maar boeiend is het wel. Volgens de catalogus wordt zo in een minuut de essentie van een film of een genre gevangen, en voor de meeste filmpjes gaat dat ook wel op. Natuurlijk komt er heel veel obscuur B-werk voorbij, want met een paar shots van bordkartonnen reuze-spinnen, van een man in slecht Yeti-pak of van een Japans meisje dat wordt opgegeten door een piano heb je meestal al voldoende laten zien om de herkenning bij de kijker op te roepen. Maar ook Stanley Kubrick, Jacques Cousteau, en een wetenschappelijk programma over Jupiter komen voorbij.
Splitscreen Art Cinema is dus echt de moeite waard om even langs het Boijmans te lopen. Op je festival ticket krijg je gratis toegang, en het programma duurt maar een uurtje. Als je zou willen kan je daarna zelfs de rest van het museum gaan bekijken.
Toch vind ik het jammer dat het in het Boijmans is, Ooit stonden er kijkdozen van Guy Maddin de Schouwburg, en vrijwel iedereen die langs kwam wierp er een blik in. Waarom dan niet dit onderdeel ook daar neergezet? Of beter nog: waarom niet in de Doelen? Dat is tenslotte het zenuwcentrum van het festival, waar iedereen naar binnen moet gaan om zijn kaartjes te halen. Projectie van Splitscreen Art Cinema in de Doelen zou een wereldpubliek bereiken,en tegelijkertijd zou dan meteen een ander gemis recht worden gezet: de nacht van de wansmaak. Er is immers zo veel meer dan alleen de festival film….
Gerben Scherpenzeel










