Interview: Dorothée van den Berghe
Gepubliceerd op vr 5 februari 2010
(Sentimento.nl) -
IJsbrekers en ijssmelters
Naar aanleiding van haar nieuwe film My Queen Karo, die zich afspeelt in het Amsterdamse krakersmilieu anno 1974, had Sentimento reporter Gerben Scherpenzeel een interview met Dorothée van den Berghe op het Filmfestival Rotterdam, waar haar film met veel succes aan het Nederlandse publiek werd voorgesteld.
My Queen Karo gaat over de jeugd van Karo, die als tienjarig meisje met haar Vlaamse vader en Franse moeder vertrekt naar Amsterdam. Daar gaan ze wonen in een kraakpand zonder muren, waar alles gedeeld wordt en waar plannen worden gemaakt om de wereld te verbeteren.
Nu is de film (gedeeltelijk) gebaseerd op uw eigen jeugdherinneringen. Wat was uw reden om deze film te maken?
Daarvoor waren natuurlijk meerdere redenen. Als filmmaker zoek je naar verhalen, en eigenlijk zou ik heel graag verhalen van anderen vertellen die heel authentiek zijn. Maar na mijn eerste film, Meisje, kwamen die verhalen niet direct op mij af. Het is moeilijk ze te vinden, en het is ook niet de cultuur dat er allerlei scenarioschrijvers op je afkomen met dat soort verhalen. Mede daardoor ben ik zelf op zoek gegaan, en iemand kwam toen met het idee om mijn eigen verhaal te vertellen. Ook omdat het een hele andere wereld was dan die van Meisje, die zich in Brussel afspeelde.
Daarnaast was het gewoon een hele interessante periode, waarin veel dingen veranderd zijn, waarin veel geëxperimenteerd werd. Het heeft veel invloed gehad op hoe wij nu leven, en dat sprak me enorm aan.
De film is gedeeltelijk gebaseerd op uw eigen jeugdherinneringen. Hoe autobiografisch is het verhaal?
Ik heb zelf nooit in een kraakpand gewoond, dus dat groepsgebeuren en het alles delen kende ik zelf niet. Maar de verscheurdheid van de hoofdpersoon, tussen haar twee ouders, dat is wel iets dat ik zelf heb meegemaakt ja.
Hoe moeilijk was het om dat persoonlijke te laten zien, om dat op het grote doek voor de wereld tentoon te spreiden?
Het is moeilijk omdat je er mensen in betrekt die nog leven en daar moet je heel voorzichtig mee zijn. Dat is me denk ik wel gelukt. Het is aan de ene kant heel dichtbij, maar tegelijkertijdver weg genoeg. Veel van de mensen uit die periode die ik de film liet zien herkenden zich niet in de personages.
Oorspronkelijk zou Karo ook een paar jaar jonger zijn. We hadden al een actrice, maar door omstandigheden duurde het te lang voor we aan de film konden beginnen. Toen het zover was, zochten we een nieuwe Karo, maar die konden we niet vinden. Uiteindelijk zijn we weer bij Anna Franziska Jaeger terecht gekomen. Die deed het nog steeds zo goed, dat we het script hebben herschreven om Karoeen stukje ouder te maken.
Het lijkt wel alsof er de laatste tijd een golf van Belgische en Noord-Franse films over jeugdherinneringen aan de gang is. Een tijdje gelden was er Stella, en onlangs nog De Helaasheid der Dingen, die allemaal gaan over het opgroeien in een apart gezin. Net als My Queen Karo. Is er sprake van een golf,of is het toeval?
Ik kende de regisseur van De Helaasheid der Dingen, en we hebben wel over de films gesproken, maar niet over de inhoud. Mijn film was al klaar toen ik Helaasheid zag, en toen dacht ik wel “Oei, dat gaat over hetzelfde, het is dezelfde soort film”. Het gaat natuurlijk ook allebei over de belevingswereld van een kind en het wordt vanuit een kind verteld. Ik was er wel verbaasd over dat het zo op elkaar leek. Maar bewust is het nooit gegaan nee. En zelf heb ik hem nooit gezien, maar veel mensen verwijzen bij mijn film inderdaad naar Stella.
Er was op het Festival overigens nóg een Belgische film (Lost Persons Area),en toen ik die zag kreeg ik helemaal een inzinking. Die gaat ook over een meisje dat opgroeit met twee ouders die nauwelijks naar haar omkijken.
Waar haalde U het tijdsbeeld vandaan? Heeft U een historisch onderzoek verricht?
Natuurlijk had ik mijn eigen herinneringen, maar ik heb ook een tijd doorgebracht in de archieven. In het stadsarchief bevindt zich het volledige krakersarchief. Je zou verwachten dat dat heel chaotisch is, maar het is juist super georganiseerd. Ieder fragment staat op tape, gerubriceerd en al. Daar heb ik er heel veel van gekeken om het krakersgevoel en het beeld van die groep goed te krijgen.
Voor een algemeen beeld en in het bijzonder voor de kostuums heb ik heel veel gehad aan foto's en films van Ed van der Elsken en Johan van der Keuken, die in die tijd in Amsterdam hun eigen familie hebben gefilmd.
U velt in de film geen oordeel over de kraakbeweging. Is dat bewustgedaan, heeft U er geen oordeel over?
Het zit er niet in omdat het verhaal wordt verteld vanuit een kind, en een kind oordeelt niet. Het is niet volwassen genoeg en het heeft al helemaal geen afstand. Dat is het standpunt dat ik in wilde nemen. Daarnaast wilde ik wel de twee kanten laten zien ja. Er zijn volgens mij twee typen mensen: de ijsbrekers, die consequent door willen gaan om hun doel te bereiken, en de ijssmelters, die bereidt zijn compromissen te sluiten. Zelf ben ik overigens meer een ijssmelter, denk ik.
De ouders van Karo vertegenwoordigen allebei een kant. Daar heb ik echt geprobeerd, via Karo, om die balans aan te brengen zodat beide hun goede en slechte kanten hebben. Alhoewel er ook mensen zijn die Raven ronduit haten. Vooral vrouwen!
My Queen Karo is uw tweede film, Meisje uw eerste. U bent geboren in dejaren 60 en bent dus vrij laat begonnen met filmen. En tussen de twee films zit zeven jaar. Hoe komt dat?
God mag weten! Het gekke was dat ik dacht dat het na Meisje wel snel zou gaan. Meisje is ook in Cannes geweest en deed het daar goed. We werden dus direct gelanceerd, en ik ben na die film meteen aan de slag gegaan met de volgende. Maar het bleek gaandeweg dat een autobiografische film niet zo simpel is. Omdat het universeler moet worden gemaakt, voor iedereen herkenbaar, ben ik veel langer bezig geweest met het scenario dan ik van tevoren gedacht had.
Misschien ook dat het te lang fragmentarisch bleef, omdat je te lang aan concrete gebeurtenissen blijft hangen. Terwijl je moet gaan naar een groter verhaal dat ook het publiek aanspreekt.
Het is een Vlaamse film, maar het speelt in Amsterdam. Hoe kijken de Vlamingen daar tegen aan? Is het niet te ver van hun bed?
Nee nee, dat valt mee. Het verhaal is toch iets universeels. En bijvoorbeeld Top-Pop is ook in Vlaanderen wel bekend. Toch zijn er wel zaken die in Nederland meer aanslaan dan elders. De antiautoritaire crèche is echt iets Nederlands. Vlamingen, maar ook het publiek in Toronto (waar de film op het festival werd vertoond), vinden dat iets exotisch. De Vlamingen zien het dan meer als een wereld die ze niet kennen, maar die wel aangenaam is.
In die zin is het vergelijkbaar met bijvoorbeeld De Helaasheid der Dingen,alhoewel die extremer is.
Was het lastig om als Vlaamse een film te maken die in Nederland werd opgenomen?
Wat betreft de financiering was het eigenlijk relatief makkelijk. Vanwege het onderwerp was er vanuit Nederland heel veel steun. We hebben ook een beetje gesjoemeld door de productie als Nederlands aan te merken, waardoor we mede door de NPS en de VPRO ondersteund konden worden. Vooral de NPS die juist door het onderwerp de film belangrijk vond heeft me jarenlang ondersteund.
Het hielp ook dat ik een beetje naïef was. Zo schijnt het heel lastig te zijn om in Amsterdam te filmen: je moet langs allerlei deelraden en zo. Maar ik moest en zou op de Zeedijk filmen. Ik heb dat toen voorgelegd, en er was één man bij het stadgedeelte die daarheel erg achter stond en mij daarbij heeft geholpen. Het was wel Rock ’n Roll draaien: snel opnemen en dan weer opbreken, Je kon niet de hele walletjes gaan afzetten!
Omdat ik het zo goed ken, het Amsterdam van toen, heb ik me vooral enorm geamuseerd met het maken van dezefilm.
Hoe ging de samenwerking met de Hollanders?
Nederland is veel directer. Als regisseur was ik vaak een tussenpersoon, die de conflicten tussen Hollanders en Vlamingen moest oplossen. Niet dat die er veel waren hoor. Een ander aspect was dat de bekende Nederlanders in de film voor mij helemaal niet bekend waren. Een Bob Fosko kwam gewoon op auditie, en hij deed de rol het beste. Dus was het logisch dat hij de pandjesbaas zou worden. Een Nederlandse regisseur zou dat misschien typecasting vinden.
En nu? Wat gaat U doen nu U het verhaal van uw jeugd verteld heeft?
Ik zou graag nu eens met materiaal van iemand anders aan de slag gaan. Het is erg moeilijk om goede verhalen te vinden, vandaar dat Meisje en My Queen Karo (mede) door mijzelf zijn geschreven. Maar als iemand met een goed verhaal komt, graag! Als het maar persoonlijk is: ik vertel graag persoonlijke verhalen.










